Honingdas of Ratel (Mellivora capensis)

De honingdas is een marterachtige met een reputatie als honing liefhebber. Nu voedt hij zich als roofdier met tal van andere zaken maar laat zich door aandacht trekkend gedrag van een vogel, de grote honingspeurder (Indicator indicator), naar de nesten van wilde bijen lokken. De honingdas breekt het nest open en eet van de honing, waarna hij daarmee klaar is en vertrekt, voedt de vogel zich met de larven uit de raten, de was en achtergebleven honing. Een symbiotische relatie. (een vorm van samenwerking met wederzijds voordeel.)Een overtuigend bewijs hiervoor is moeilijk te leveren, resulterend in een discussie die nog wel even voort zal duren.

Uiterlijk

De honingdas heeft de typische bouw van de das. Een stevig, lang lijf op korte krachtige poten. De voorpoten zijn breed met zware klauwen van meer dan 25 mm. De achterpoten zijn smaller met kleinere klauw van meer dan 15 mm. De kop is fors, met kleine ogen en oren, maar de kaken zijn krachtig. Schouders en nek zijn erg gespierd. Voor vergelijkbare roofdieren is hij met zijn herseninhoud ruim bedeeld. Zijn huid is dik en zit los om zijn lijf. De beharing is ruw en kort, met uitzondering van de zachtere buikharen. De wit gezoomde, lichtgrijze kleur loopt van het voorhoofd over de kop en de rug tot de staart. Als een licht kleed wat over een zwart dier ligt, omdat kop, poten, flanken en buik zwart zijn. Er bestaat wel wat variatie in de kleurstelling, tot volledig zwarte (melanistische) exemplaren, vooral aangetroffen in de Afrikaanse regenwouden. Met een gemiddeld gewicht tussen 9 en 13 kg bij een lengte van rond de 80 cm, en een staart van 16 - 30 cm is hij een gedrongen, krachtige verschijning.

Verspreiding

De honingdas bewoont Afrika grotendeels en west- en zuid-Azië.(het Arabisch schiereiland, het midden Oosten, en van Kazachstan tot in India.) Daarbij mijdt hij gebieden die te heet en droog zijn. In woestijnen en de centrale Sahara ontbreekt hij. (IUCN,2014) maar ten zuiden van de echte Sahara, bijv in Termit komt hij wel in echte woestijngebieden voor. Hij komt voor in gebergten, toenemend van 2600 in het westen,Hoge Atlas, Marocco (Cuzin 2003)) tot 4000 meter in het oosten, Bale mountians, Ethiopië (Sillero-Zubiri 1996) In Noord Afrika is alleen het uiterste westen bewoond. Historisch is hij bekend van zuid Marokko en zuidwest Algerije. Geografische variatie Met zo'n groot verspreidingsgebied zou het aannemelijk zijn dat er enige geografische variatie zou bestaan. Toch is die genetisch nog niet zo duidelijk vastgesteld. Kleur en grootte variëren, maar de waarde van zulke variabelen is onderwerp van discussie. Habitat De honingdas bewoont zeer uiteenlopende gebieden, van regenwouden in de Congo tot de randen van droge woestijnen (Namibië) en die van de Sahara. Daarbij zijn het generalisten.

Voedsel en jachttechniek

Als roofdier zijn het pure opportunisten, levend van allerhande beschikbaar voedsel. Dat kan variëren in grootte van insecten tot jonge hoefdieren. En hoewel ze in de regel hun eigen voedsel bij elkaar zoeken, zijn ze niet vies van de prooi van een ander roofdier af te pakken of desnoods aas te eten. (Begg et al. in press). Onderzoek heeft aangetoond, dat tot 60 soorten benut werden. Daarmee is zijn voedselspectrum wel erg breed. Honing wordt in het geschikte seizoen genuttigd en is slechts een aanvulling op zijn dieet. Met behulp van zijn goede reukvermogen wordt het meeste voedsel gevonden, en waar nodig met de de krachtige klauwen van de voorpoten gemakkelijk opgegraven. Honingdassen zijn overwegend nachtactief. In koudere perioden wordt de dag ook benut. Daarbij zijn ze goed in staat gewenste plekken te bereiken. Zowel zwemmend als klimmend tot in boomtoppen. Honingdassen laten het niet snel afweten. Indrukwekkend is daarbij hun tolerantie tegen gif, waarbij ze prooien als de zeer giftige pofadder niet schuwen.

Voortplanting

De voortplanting bij honingdassen verloopt traag. De worp is niet bijster groot met 1 tot 4 jongen (gemiddeld 2). Die na een draagtijd van 6 maanden geboren worden. De jongen blijven zo'n 14 maanden bij de moeder voordat ze zelfstandig zijn. Dit verklaart dat de intervallen tussen opeen volgende worpen lang zijn. Daar staat tegenover dat honingdassen geen voortplanting seizoen kennen en jongen dus gedurende het gehele jaar geboren kunnen worden en honingdassen kunnen lang leven, tot 26 jaar in gevangenschap. Een periode waarin toch verschillende worpen mogelijk zijn. Was het niet, dat ze in het wild gemiddeld maar 7 jaar oud worden. Dit maakt ze kwestbaar voor door mensen veroorzaakte bedreigingen als jacht, vergiftiging, stroperij en verlies van habitat.

Ontwikkeling jongen

De jongen komen naakt en blind ter wereld in een ondergronds hol. Hier verblijven ze gemiddeld een dag of vijf, om daarna door hun moeder in de bek te worden verplaatst. Dit verslepen gebeurt met regelmaat tot ze zelf in staat zijn hun moeder te vergezellen naar weer een ander hol. De ontwikkeling is traag. Na twee maanden gaan de ogen open en de eerste uitstapjes vinden plaats op een leeftijd van ca. 3 maanden. Tegen die tijd hebben ze hun eerste, bruine vacht ingewisseld voor de typische honingdas kleuren. Maar nog wel met meer wit. De jongen bereiken de volwassen afmetingen in ongeveer acht maanden. Waarnemingen van meerdere (ogenschijnlijk volwassen) honingdassen zijn daarmee bijna altijd een moeder met haar jongen. Omdat hun coördinatie zich maar langzaam ontwikkeld en alle vaardigheden die ze nodig hebben om efficiënt te kunnen jagen op ondergrondse knaagdieren, giftige slangen en insecten, blijven ze zeker nog een half jaar afhankelijk van de moeder. Een periode waarin ze door afkijken en oefenen moeten leren. Zelden zijn de jongen voor de leeftijd van 14 maanden in staat zelfstandig te leven.

Gedrag en sociaal systeem

Honingdassen zijn solitair levende dieren die uitgestrekte gebieden bewonen, tot wel 500 km² (Begg et al. 2005; J. Zool., Lond. 266: 23-35). Er kunnen wel meerdere dieren in eenzelfde gebied wonen, die door markering met geuren elkaar op de hoogte brengen van hun aanwezigheid. Doorgaans functioneert dit als een scheiding in de tijd, waardoor ongewenste ontmoetingen vermeden worden. Wanneer een vrouwtje in haar vruchtbare periode komt, zal ze door haar geur verschillende mannetjes aantrekken. Uiteindelijk paart ze in meer dan de helft van de gevallen met het meest dominante mannetje. Al komen er ook jongen ter wereld die te herleiden zijn tot andere contacten. Het zijn nomadisch levende dieren met enkel een vast hol in de tijd dat de jongen erg jong zijn. Daarna worden de jongen frequent verplaatst of reizen zelfstandig met het moederdier rond en slapen in een schuilplaats aan het einde van hun tocht. De vader speelt na de bevruchting geen rol meer.

Relatie met mensen

Het houden van huisdieren is voor de mens aanleiding voor een weinig tolerante houding tegenover roofdieren. Dit lijdt meestal tot vervolging en bestrijding van roofdieren. Een dier met een trage voortplanting kan hierdoor een zware slag worden toegebracht wat mogelijk tot lokaal uitsterven lijdt. Maar een roofdier in de omgeving, biedt een goedkope manier om knaagdieren onder controle te houden en kan heel nuttig zijn. Gecombineerd met huisdier beschermende maatregelen valt er profijtelijk samen te leven. Zelfs het feit dat honingdassen schade aan de bijenteelt kunnen veroorzaken hoeft daar geen eind aan te maken. De bijenkorven of kasten zijn met wat maatregelen buiten bereik van de honingdas te plaatsen. Dan blijven er nog talloze voedsel items over als insecten, schorpioenen, slangen en knaagdieren, die wij toch niet graag rond huis zien. Recentelijk heeft de honingdas nieuw aanzien verworven door de uitroeping tot moedigste dier. Hij gedraagt zich inderdaad nogal onverschrokken. Daarom wordt hij helaas ook vaak gedood: bij achtervolging weert hij zich zo hevig dat de mensen uit angst het dier zo vlug mogelijk doden.


NABCS

Status: De honingdas is in het werkgebied van de NABCS beschermd, (Marocco, Algerije) maar wordt door niet discriminerende methoden als klemmen en vergif toch (onbedoeld) bestreden. (K. de Smet mond.med. 2014) Voorlichting over zijn nuttige functie en preventieve maatregelen om huisdieren en bijen te beschermen zal daar het eerste antwoord op moeten zijn. Hierin kan en wil het NABCS een rol spelen. Preventieve maatregelen zijn nog nauwelijks ontwikkeld. Door plaatsing van bijenkasten op een paal met manchet kan het eenvoudig onbereikbaar gemaakt worden voor honingdassen. Ten aanzien van huisdieren zal vaak maatwerk nodig zijn, maar door onderzoek naar en voorlichting over de effectiviteit en kosten van maatregelen, moet het gebruik van klemmen en vergif terug gebracht kunnen worden, waarvan veel meer dieren kunnen mee profiteren.

Literatuur

Carnivores of the World - Luuk Hunter. Princeton University Press, Princeton and Oxford. Handbook of Mammals of the World. Begg et al.